Frequently Asked Questions

Uitgangspunt is het budget zoals opgenomen in het aanmeldfiche. Verhoging van het budget ten opzichte van het oorspronkelijke budget is toegestaan tot maximaal 10%. Verdere verhoging kan enkel in overweging worden genomen indien de verhoging goed gemotiveerd is en aantoonbaar noodzakelijk voor de uitvoering van het project. De Stuurgroep behoudt zich hierbij echter het recht voor om de gevraagde verhoging – ongeacht de hieraan ten grondslag liggende reden – af te wijzen.

Procedure

Nee, als je indient in een bepaalde selectieronde moet je binnen 6 maanden na beslissing van de stuurgroep (stap 2)  kunnen starten met het project. Indien dit niet mogelijk is, moet je opnieuw indienen.

Ja dat kan. De stuurgroep kan immers zelf ook nog adviseren om bepaalde (type) partners extra mee te nemen indien we dat relevant vinden

Ja. Alle personen die de aanvragen lezen moeten zich houden aan een geheimhoudingsovereenkomst (NDA).

Ja. Als er meerdere aanvragende partijen zijn binnen een innovatieproject, maken zij onderling afspraken over IP.

Nee. De proeftuinen in CrossCare doen dit voor je. Tijdens de samenwerkingsdag, waarvoor je wordt uitgenodigd als je aanmelding wordt goedgekeurd, maak je kennis maken met de Vlaamse en Nederlandse zorgproeftuinen die je gaan begeleiden. Samen met hen maak je praktische afspraken over onder meer timing en het betrekken van proefpersonen en/of zorginstellingen (welke, hoeveel, welke regio etcetera). Bij uitvoering van je project dragen de proeftuinen zorg voor werving en selectie van proefpersonen, informed consents, begeleiding van de tests, bevraging van de proefpersonen etcera.

Indien je de deelnemende proeftuinen nog niet goed kent, kun je aanduiden dat je geen voorkeur hebt voor een bepaalde proeftuin. Dan zal de stuurgroep van CrossCare zelf een passende Vlaamse en Nederlandse proeftuin voor je selecteren op basis van de expertise die de desbetreffende proeftuin heeft opgebouwd.

Nee, dit is niet mogelijk. Alleen bedrijven/initiatieven die een rechtspersoon hebben worden voor selectie voorgedragen. Bedrijven/initiatieven die geen rechtspersoon hebben, worden niet meegenomen. Dit geldt ook voor ‘rechtspersonen in oprichting’.

Dit is niet de bedoeling. Indien bedrijven/initiatiefnemers hiervoor kiezen is dit hun eigen verantwoordelijkheid.

Financieel

De dienstverlening die je ontvangt van de proeftuinen, valt onder staatssteun, meer bepaald de de-minimisregeling. In essentie komt de de-minimisregeling er op neer dat een onderneming binnen drie belastingjaren niet meer dan € 200.000,- aan overheidssteun in de vorm van subsidies en dergelijke mag ontvangen. De subsidie die je binnen CrossCare krijgt voor de projectkosten hoeft niet te worden meegeteld. De waarden van de door de proeftuinen georganiseerde activiteiten zoals co-creatiesessies en live testen, tellen echter wel mee.

Voorbeeld

Bedrijf X dient een project in met een budget van € 200.000,-. Daarop kan het bedrijf € 100.000,- subsidie krijgen vanuit CrossCare. Daarnaast organiseren de proeftuinen twee co-creatiesessies en één live test voor een waarde van € 36.000,-. Alleen deze € 36.000,- moet aangemerkt worden als de-minimis. Dus het bedrijf mag in de afgelopen twee belastingjaren en het lopende belastingjaar maximaal € 164.000,- aan de-minimis steun hebben gekregen.

Projecten die aangevraagd werden bij IWT (AAL, haalbaarheidsstudies, innovatieprojecten) vallen niet onder de-minimis, dus moeten niet meegeteld worden in de reeds verkregen de-minimis-steun. KMO-portefeuille en groeisubsidie vallen wel onder de-minimis.

Het is inderdaad zo dat men in de regelgeving van de-minimis het begrip ‘één onderneming’ gebruikt. In de toelichting de-minimissteun die op de interreg Vlaanderen-Nederland website staat:

http://www.grensregio.eu/assets/files/site/uploads/Toelichting-de-minimis-bijlage-3-bij-nota.docx

Dit bedrag geldt per lidstaat, per onderneming over een periode van drie belastingjaren. De-minimissteun die via Interreg Vlaanderen-Nederland wordt verleend, wordt als Nederlands of Belgisch geoormerkt naargelang de vestigingslocatie van de steun ontvangende onderneming [1]

Artikel 2, lid 2 van de de-minimisverordening geeft aan wanneer sprake is van ‘één onderneming’. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen [2].

In de voetnoot van deze nota is een verwijzing opgenomen naar de desbetreffende bepaling in de EU- verordeningen. We zetten de passage uit de verordening er even bij want dit zijn de situaties wanneer de EU van mening is dat het om één onderneming gaat:

artikel 2, lid 2 van Verordening (EU) Nr. 1407/2013

„Eén onderneming” omvat voor de toepassing van deze verordening alle ondernemingen die ten minste één van de volgende banden met elkaar onderhouden:

  1. één onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming;
  2. één onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
  3. één onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met die onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
  4. één onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming.

Ondernemingen die via één of meer andere ondernemingen één van de in de eerste alinea, onder a) tot en met d), bedoelde banden onderhouden, worden ook als één onderneming beschouwd.

Bron:

http://ec.europa.eu/competition/state_aid/legislation/de_minimis_regulation_nl.pdf

[1] Indien de steun ontvangende organisatie meerdere vestigingslocaties heeft, is de locatie van het onderdeel van de organisatie die de steun geniet, doorslaggevend.

[2] Zie artikel 2, lid 2 van Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Een dergelijk artikel is ook in de-minimisverordeningen voor landbouw en visserij/aquacultuur (zie voetnoot 1) opgenomen.

Doelstelling van CrossCare is zorginnovaties een stap verder te brengen. Als het opstellen van het businessplan aantoonbaar onderdeel uitmaakt van het totale ingediende innovatieproject. Bijvoorbeeld als het proeftuinproject geldt als een validatie van de businesscase. U dient aan te tonen dat deze activiteiten binnen de doelstellingen van CrossCare en binnen deze TRL-niveaus (5 tot 8) plaats dienen te vinden.

U dient aan te tonen dat deze activiteiten binnen de doelstellingen van CrossCare en binnen de TRL-niveaus (5 tot en met 8) waar CrossCare zich op richt plaatsvinden.

Welke kosten worden gezien als staatssteun?

In dit project zijn dit enkel de kosten die gemaakt worden door de proeftuinen. Naar aanleiding van de Samenwerkingsdag werken u en de twee voor u geselecteerde proeftuinen kostenramingen uit. Deze kostenramingen dient u te zien als staatssteun en dienen gezamenlijk met de eventueel door u of uw projectpartners reeds ontvangen staatssteun de toegestane drempel van 200.000 euro in drie jaar niet te overstijgen.

Welke kosten dienen wij op te nemen in de deminimisverklaring?

Hierin dient u enkel de deminimissteun op te nemen die u tot het moment van ondertekening van deze verklaring heeft ontvangen. De deminimissteun die u ontvangt van de proeftuinen van CrossCare (zie kostenramingen) vult u hier dus nog niet in. Deze kostenramingen voegt u als separate bijlage toe aan het full proposal.

De steun zoals opgenomen in de deminimisverklaring en de steun zoals opgenomen in de kostenramingen van de proeftuinen van CrossCare mogen bij elkaar opgeteld de grens van maximaal geoorloofde staatssteun niet overschrijden.

Kosten die aantoonbaar dienen te worden gemaakt ten behoeve van het innovatieproject zoals opgenomen in het full-proposal.

In het geval van een consortium wordt voor iedere PPL de totale kostenraming van de twee proeftuinen samen als deminimis steun gezien. Dus stel de kostenraming voor de proeftuinen in samen 30.000,- euro, dan wordt voor iedere PPL 30.000,- euro deminimissteun gerekend.

Nee, in de deminmisverklaring dient enkel de deminimissteun te worden opgenomen die de PPL tot het moment van ondertekening van deze verklaring heeft ontvangen. De deminimissteun die de PPL in het kader van CrossCare van de proeftuinen ontvangt hoort daar dus niet bij.

De kostenramingen die de indiener ontvangt van de proeftuinen moeten als separate bijlage bij het full proposal worden gevoegd.

De reeds verkregen minimissteun zoals opgenomen in de deminimisverklaring en de in het kader van CrossCare te ontvangen minimissteun zoals opgenomen in de kostenramingen mogen bij elkaar opgeteld de grens van geoorloofde staatssteun niet overschrijden.

De KMO/MKB-test is te vinden op:

http://www.grensregio.eu/mijn-project/downloads

Onder het kopje: ‘bedrijven’

Zie hiervoor hetgeen is opgenomen in het Programmareglement. Btw op de projectuitgaven is subsidiabel indien de gedeclareerde btw effectief en definitief door de projectpartner gedragen wordt.

Ook bij onderaanneming van diensten of producten onder de 50.000 euro wordt van de PPL verwacht dat zij zich oriënteren op een redelijke prijs- / kwaliteits-verhoudingen.

Met betrekking tot indiening Full Proposal (na eerste selectie o.b.v. aanmeldfiche)

U moet de zorgproeftuinen waarmee u tijdens de Samenwerkingsdag hebt gesproken opnemen in uw full-proposal. U hoeft in dit stadium nog niet wat te ondertekenen met de proeftuinen. Dit zal later nadat u bent geselecteerd plaatsvinden.

U moet de zorgproeftuinen waarmee u tijdens de Samenwerkingsdag hebt gesproken opnemen in uw full-proposal. U hoeft in dit stadium nog niet wat te ondertekenen met de proeftuinen. Dit zal later nadat u bent geselecteerd plaatsvinden.

Opdrachten aan onderaannemers dienen in overeenstemming met het Programmareglement aan marktconformiteitseisen te voldoen. Daarom kunnen onderaannemers niet worden genoemd. Volstaan dient te worden met het beschrijven van de dienst.

Er zijn 2 mogelijke forfaitaire berekeningen. De eerste heeft betrekking op de overheadkosten die gefixeerd zijn op 15 %. Dat geldt voor alle partners. Verder is een forfaitaire toerekening van 20 % loonkosten mogelijk in plaats van opgave van werkelijke uren x standaard uurtarief. Die keus moet u aangeven.

Verwezen wordt naar het Programmareglement blz. 30. Bijvoorbeeld: indien als brutoloon 4.000 euro is opgenomen in een loonstrook is het uurtarief hiervan 1,2%. Dat is dus 48 euro per uur.

Verwezen wordt naar het Programmareglement blz. 30. Bijvoorbeeld: indien als brutoloon 4.000 euro is opgenomen in een loonstrook is het uurtarief hiervan 1,2%. Dat is dus 48 euro per uur. U dient de personeelskosten (bruto loon) te onderbouwen met arbeidscontract en loonstrook.

De full proposal inclusief bijlagen dient als volgt door middel van email te worden aangeleverd aan bedrijven@crosscare.eu:

  • Full proposal: in word-versie + scan van alleen blz. met handtekeningen
  • Kostenplan CrossCare
  • KMO/MKB-test: excel-bestand
  • Kostenramingen proeftuinen: word-versie
  • De-minimisverklaring(en): scan van ondertekende versie(s)
  • Intentieverklaring implementatie resultaten (indien van toepassing): scan van ondertekende versie

Let op 1: De bestandsomvang kan erg groot zijn. In dat geval wordt aangeraden We-transfer te gebruiken. Wij zullen de ontvangst aan u bevestigen.

Let op 2: De originele ondertekende (en niet ondertekende exemplaren) van bovengenoemde bestanden dient u te bewaren in uw dossier.

In dat geval moet voor iedere partner (PPL) binnen het consortium een apart tabblad worden aangemaakt, waarin de aangegeven categorieën worden ingevuld.

‘Omschrijving kosten’: Globale omschrijving van de dienst. Hier mag bij 4,  5 en 6  geen naam van een externe leverancier worden gegeven.

  • ‘Type’: Duidelijke specificering/kwantificering wat de taak/dienst/product inhoud. Bij onderdeel 1 en 4 vermelden van aantal uren/fte’s/MM en over welke tijdsduur. Doelstelling hiervan is dat de opbouw van het opgegeven budget per kostenpost duidelijk herleidbaar is. Ook moet de aansluiting op de full-proposal en de hierin opgenomen werkplannen en taken helder zijn.

Uitgangspunt is het budget zoals opgenomen in het aanmeldfiche. Verhoging van het budget ten opzichte van het oorspronkelijke budget tot 10% is toegestaan. Verdere verhoging kan enkel in overweging  worden genomen indien dit goed gemotiveerd is en noodzakelijk is voor de uitvoering van het project. De Stuurgroep behoudt zich daarbij echter het recht voor om deze gevraagde verhoging – ongeacht de motivatie – al dan niet toe te kennen.

Met betrekking tot de Samenwerkingsovereenkomst (deze wordt pas ondertekend na definitieve selectie)

Ten eerste verwijzen we hierbij naar hetgeen hierover is opgenomen in het Programmareglement en de Subsidieregeling Innovatieprojecten CrossCare (zie Projectdocumenten). Verder dient in het algemeen een projectadministratie zodanig ingericht te zijn, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle gemaakte en betaalde kosten, aangegane verplichtingen en verrichte betalingen en de eventueel aan het project toe te rekenen opbrengsten, kunnen worden afgeleid. In de meest eenvoudige vorm betekent het dat alle mutaties in de administratie een projectcode meekrijgen, zodat op eenvoudige wijze uit het geheel van alle financiële transacties binnen de onderneming, de mutaties van de verschillende projecten kunnen worden gefilterd.